Leercoaching in het mbo en hbo

FAQ


  1. Hoe leercoach ik een individuele student?
  2. Hoe stimuleer ik de werkbegeleider zodat zij zichzelf gaan zien als leercoach?
  3. Welke resultaten zie je bij studenten die Leercoaching gebruiken?
  4. Wat is de rol van de coach en de student in Leercoaching?
  5. Als je werkbegeleiders (de leercoach in de praktijk) met een andere leerstijl hebt dan de student, hoe geef je dan de coaching vorm?
  6. Hoe leg je de verbinding tussen de verschillende leerstijlen?
  7. Hoe kun je leerstijlen ontwikkelen?
  8. In hoeverre is er gezocht naar een parallel tussen competentiegericht leren en competentiemanagement?
  9. Wat zijn de drie don'ts en de drie do’s van Leercoaching
  10. Hoe implementeer je competentiegericht onderwijs bij studenten?

1. Hoe leercoach ik een individuele student?

Leercoachen betekent dat de leercoach de juiste sturing & ondersteuning biedt aan studenten. Te veel sturing is niet goed, te weinig ook niet. Dat geldt ook voor de ondersteuning.
In hoofdstuk 7 wordt in Leercoaching uitleg gegeven over de wijze waarop dat gegeven kan worden.
Binnen Leercoaching worden twee vormen van leercoachen onderscheiden. In principe zal elke student vanuit een leercoachgroep ondersteuning krijgen. Deze ondersteuning (coaching) geeft de coach aan de gehele groep. Elk individu heeft immers de opdracht om eerst met elkaar in gesprek te gaan en op deze wijze het leerproces vorm te geven. Zie richtlijnen voor het opbouwen van samenwerkend leren in het hoofdstuk samenwerken van Leercoaching voor de leercoach.
Met de individuele student worden afspraken gemaakt welke coachgesprekken plaatsvinden. Wanneer de student daar aan toe is, kan hoofdstuk 'In vijf stappen competent' gebruikt worden om meer inhoud te geven aan het leercoachen van de individuele student.

Terug naar vragen...

2. Hoe stimuleer ik de werkbegeleider zodat zij zichzelf gaan zien als leercoach?

In de praktijk komt er veel energie vrij in de leercoachgroepen van docenten, coaches, begeleiders, enzovoort. Ook als werkbegeleiders met elkaar mogen leren hebben zij de mogelijkheid om hun rol steeds verder te ontwikkelen. Een werkbegeleider zal juist vanuit praktische toepassingen mogelijk geïnspireerd raken om haar rol als leercoach (verder) te ontwikkelen. Als zij de kans krijgt om de hulpmiddelen in Leercoaching in haar situatie te gebruiken, kan zij eerder de praktische toepassing zien. Een aantal werkbegeleiders bij elkaar vormen een leercoachgroep. Zij kunnen met elkaar het eigen leerproces vormgeven. De praktijkopleider zal dan de coach van de werkbegeleiders zijn. De werkbegeleiders volgen dus dezelfde weg als de studenten in opleiding. Op deze wijze 'voelen' zij wat de studenten in opleiding meemaken. Daarnaast krijgen werkbegeleiders de kans om zich te ontwikkelen tot een competente werkbegeleider.

Terug naar vragen...

3. Welke resultaten zie je bij studenten die Leercoaching gebruiken?

Een duidelijke meerwaarde is dat er rust ontstaat binnen groepen. Studenten weten wat er van ze verwacht wordt. Zij hebben de mogelijkheid om hun eigen gedrag te ontwikkelen, omdat zij langere tijd met elkaar samenwerken. Zij vinden houvast in het werken met elkaar en ervaren hier veel voordelen aan. Zij vinden het prettig om actief met elkaar de inhoud van een beroep eigen te maken. Je ziet sociale controle. Door het samenwerkingscontract kan de leercoach positieve belangstelling tonen voor de samenwerking vanuit de regels die studenten zelf opstellen. Studenten kunnen zich op deze wijze minder verschuilen achter de ander. Zij zijn met elkaar verantwoordelijk voor het leerproces, maar tegelijkertijd hebben zij de afspraak gemaakt een evenredig aandeel te hebben. Studenten hebben nu de mogelijkheid om elkaar op het aandeel aan te spreken, omdat zij dat zelf hebben afgesproken. Zie verder het artikel in Onderwijs & Gezondheidszorg, nummer 3.

Terug naar vragen...

4. Wat is de rol van de leercoach en de student in Leercoaching?

Zowel de leercoach als de student heeft dezelfde rol. De leercoach heeft daarnaast de rol om de student expliciet te coachen naar zelfsturing. De leercoach wordt hier in een brede zin gebruikt. Elke persoon die een rol speelt in de toename van zelfsturing van de student, wordt hier gezien als coach. Dus ook de persoon die een hoorcollege geeft. Ook deze persoon zal als rol hebben om een hoorcollege te geven op zo’n manier dat de student gestimuleerd wordt om zelf zijn leerproces op te pakken. Dit vanuit de gedachte dat als je serieus Leercoaching inzet, je ook kennisactiverende werkvormen gebruikt om het leerproces te stimuleren.

Kenmerken van de rol als leercoach zijn onder andere:

Terug naar vragen...

5. Als werkbegeleiders (de leercoach in de praktijk) een andere leerstijl hebben dan de student, hoe geef je dan de Leercoaching vorm?

In de eerste instantie is het van belang dat beiden zich bewust zijn van de eigen leerstijl. Zij kunnen vervolgens:

Terug naar vragen...

6.Hoe leg je de verbinding tussen de verschillende leerstijlen?

Leerstijlen

Door een leercoachgroep samen te stellen vanuit verschillende leerstijlen kunnen de volgende vormen van leren ontstaan. Dromers bieden de denker ideeën aan, denkers werken het idee uit in een model, beslissers toetsen de bruikbaarheid van het model in de praktijk, doeners voeren het plan uit en de dromers reflecteren op de gevolgde werkwijze. De groepsleden helpen en dwingen elkaar door hun individuele leerstijl de hele leercyclus te doorlopen, met als gevolg dat iedere student de voor haar minder gemakkelijke leerstappen leert zetten. Op deze wijze is verdieping van leren mogelijk en wordt het leerrendement mogelijk verhoogd.

Terug naar vragen...

7. Hoe kun je leerstijlen ontwikkelen?

Als je de eigen leerstijl wilt ontwikkelen, ga je na welke doelstelling je hierbij hebt. Vervolgens kun je opdracht ‘Een leerstijl ontwikkelen’ uit Leercoaching gebruiken om jouw leerstijl te ontwikkelen.

Terug naar vragen...

8. In hoeverre is er gezocht naar een parallel tussen competentiegericht leren en competentiemanagement?

Leercoaching kan breed ingezet worden. De docent is de leercoach van de student. Het management is de leercoach van de docent. De werkbegeleider is de leercoach van de student. De praktijkopleider is de leercoach van de werkbegeleider. Elke gebruiker van Leercoaching heeft dezelfde rol met andere accenten. Op deze wijze wordt Leercoaching als doorlopend proces ingezet en is er een duidelijke parallel tussen competentiegericht leren en competentiemanagement. Competentiegericht opleiden betekent een totale cultuuromslag.

Terug naar vragen...

9. Wat zijn de drie don'ts en de drie do’s van Leercoaching?

Wat je niet moet doen:

Wat je wel moet doen:

Terug naar vragen...

10. Hoe implementeer je competentiegericht onderwijs bij studenten?

In het leerplan, met behulp van Leercoaching, worden twee leerlijnen onderscheiden die steeds in elkaar grijpen. Namelijk de inhoudslijn en de leer-ontwikkellijn. Deze twee lijnen zijn niet te scheiden, maar wel te onderscheiden. De implementatie van competentiegericht onderwijs kan vorm krijgen door deze twee lijnen vanuit de puzzel (hoofdstuk ‘In vijf stappen competent’) duidelijk vorm te geven in het leerplan. Om het leerplan op deze wijze vorm te geven kan Jette van der Hoeven advies geven. Zie www.onderwijsontwikkeling.nl.

Terug naar vragen...

 

© Copyright Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij | Algemene Voorwaarden | Disclaimer | Powered by Verheulcommunicatie.com